Liefde. Iedereen wilt het. Het veilige gevoel, de vlinders en de hartkloppingen. Iemand die bij je wilt zijn, in goede en slechte tijden.
Als je eenmaal verliefd bent, wil je het van de daken schreeuwen! Je kunt (bijna) niet eten, bent de hele dag in gedachten bij die persoon en je kunt maar niet ophouden met glimlachen.
Maar liefde is ook eng. Je stelt je hart open voor iemand anders. Dat betekent dat je kwetsbaar bent. Die ander kan het namelijk ook zo weer breken. En het gevoel van een gebroken hart is zo erg, dat het pijn doet.
Ik ben drie keer verliefd geweest, en al die keren eindigde (ook) ik met een gebroken hart. Ik ben kwaad geweest maar ook zo verdrietig. En na elke keer vroeg ik mij af wat ik mis deed.
Ik heb ook relaties gehad waar ik niet verliefd was. Misschien ook de reden waarom het altijd maar een maand of 2,3 duurden.
Net als ieder ander ben ik ook bang. Bang om weer gekwetst te worden, kwetsbaar te zijn, te voelen. Ondanks dat ik niets tekort kom bij one-night stands, mis ik iets.
De vlinders, hartkloppingen en ... die glimlach die maar niet wilt verdwijnen!
Leuke mannen, gemene mannen, lieve mannen, aardige mannen, stoere mannen, sexy mannen, slimme mannen, "bad"mannen, ... Zoveel soorten mannen.
Welke moet je hebben?! Ga je liever voor de aardige man die altijd voor je klaarstaat of heb je toch liever die bad boy? Ik denk dat dat een vraag is die iederen vrouw zich stelt. Het liefste heb je natuurlijk het totaalpakketje, maar ... bestaat die wel?
Elke man heeft meerdere kanten in zich, net als de vrouw. Een man kan superlief zijn, maar ook een lul! Mannen zijn heel anders dan vrouwen, toch hebben we ook wel weer overeenkomsten, en hebben we bewondering voor bepaalde eigenschappen van het andere geslacht.
Vrouwen zijn daarin toch totaal anders. Wij staan liever 2 uur van tevoren op om er perfect uit te zien, dan snel maar iets uit de kast te pakken. Wie weet kom je je droomman wel tegen? Mannen, denken er heel anders over. Hun maakt het niet zo uit of ze er nou perfect uitzien of gewoon normaal. Oké, je hebt uitzonderingen, de-nog-langer-voor-de-spiegel-staande man dan jij. Bij dat soort mannen heb ik maar één reactie .. en dat is keihart wegrennen! Wie wil nou een man die nog ijdeler is dan een vrouw. Nee. Mannen moeten wel mannen blijven. En vrouwen, vrouwen.
Het totaalpakketje: een lieve, aardige, sexy, nonchalante, schattige, mooie, slimme, ... man. Maar willen we wel dat een man perfect is?!
Stel je voor ... je hebt een perfecte man. een man die er voor je is, een slimme man, een man waarmee je kan lachen / huilen, een man die jou altijd begrijpt, een man die nooit kwaad op je is, een bloedmooie man, ...
Hoe voel jij je dan naast hem ... ook perfect?! Ik betwijfel het ... als je een perfecte man hebt, voel jij je er echt niet perfect naast. Je kijkt naar jezelf, ziet zijn goddelijk lichaam en wordt depri want jij bent opeens o zo dik volgens jezelf. Of hij komt je weer eens ontbijt op bed brengen ... o zo perfect als hij is, en jij bent chagrijnig omdat het zondagochtend is en jij ECHT wou uitslapen. Chagrijnig als je bent, zo lief als hij dan tegen je is ... staan gewoon garant aan dikke schuldgevoelens.
Natuurlijk moet je ook niet de ik-laat-nooit-wat-van-mij-horen man, de lelijke man (het gaat om het inerlijk, maar qua uiterlijk wil je ook wat), de nerdy man (vaak in combinatie met geen kledingsmaak, een bril, en dan natuurlijk het saaie gelul), de domme, niet-sociaal ontwikkelde man (bye bye feestjes), de ik-heb-geen-manieren man (je kunt nooit uit eten want hij eet nog steeds als een kind van zes), de bad boy (want hoeveel vrouwen heeft hij wel niet naast jou??).
De normale, aardige, lieve maar niet TE lieve man die er voor je is als je hem nodig hebt. Waar je lekker naast in bed kruipt en die zijn armen om je heen slaat omdat die van je houdt. Die man moet je hebben. Maar waar vind je zo'n man?
Op je werk, school, in de trein, in een winkel, ... op straat. Ik ben van mening dat je niet wanhopig op zoek moet gaan naar die man. Die man vindt jou! Hoe raar het ook klinkt, die man is gewoon ook op zoek naar een lieve, sexy, charmante vrouw die gewoon lekker zichzelf is.
Je kent de uitdrukkingen soort zoekt soort, en op elk potje past een dekseltje. En ook al ben je van mening dat hij gewoon niet bestaat, hij is er!
Daar lag ik dan. Diep onder de dekens tezamen met mijn droomman. Ik draaide me voorzichtig om, naar hem toe. Zijn bruine haren waren in de war, al zachtjes snurkend. Ik kreeg spontaan een week gevoel van binnen.
Vervolgens sloeg ik de dekens van me af, stond op, en liep naar de huiskamer om een sigaret te roken. De deur kraakte, ik schrok. Het zachte gesnurk ging door. Al glimlachend nam ik een trekje en keek naar buiten. De zon kwam langzaam op. De glimlach droop gelijk van mijn gezicht toen ik zag hoe laat het was, 06.00 uur. Over een uur moest ik opstaan. Correctie, wij moesten opstaan.
Erik en ik werken immers bij hetzelfde bedrij. Het als grafisch ontwerper en ik als journaliste. Relaties onderling waren verboden op het werk, dus moest het stiekem. Erik en ik waren overal 'Erik en ik', behalve op het werk. Dan was het Erik, grafisch ontwerper en Rebecca, journaliste.
Moniek zou me afschieten als ze het wist van ons. Diana, Marianne en Yvonne trouwens ook. En wie weet hoeveel vrouwen nog. Erik was zeer populair bij de vrouwen. Bruin haar, groene ogen, single, ... Ik kon het ze niet kwalijk nemen.
Ik maakt m'n sigaret uit en sloop terug naar de slaapkamer. Ik sloeg de dekens om me heen en ging lekker tegen hem aanliggen. Lepeltje lepeltje.
Tringg .. Tringg .. Tring ...
Half slaperig sloeg ik op de wekker. Stilte. Ik bleef lekker liggen, nog half soezend totdat ik Erik wat in mijn oor hoorde fluisteren. Ik giechelde. "Is goed schatje. Laten we lekker spijbelen vandaag".
Ik was op stap geweest; had gedanst, gedronken en gelachen. Jongens zwermden om me heen als bijen op honing afkwamen. Het typische leventje van een 17-jarige, tenminste dat dacht ik.
Na een paar minuten lopen kwam ik binnen.
De trap kraakte terwijl ik probeerde om zo stil mogelijk naar boven te komen. Het licht op de tweede verdieping waar mijn ouders sliepen was nog aan. Ik kwam mijn slaapkamer binnen en sloot de deur. Plofte vervolgens op bed en bewoog niet meer.
Opeens hoorde ik een gil, het was mijn moeder. Het ging door merg en been en het leek niet op te houden. Toen niets meer. Mijn vader schreeuwde en het klonk alsof er een gevecht plaatsvond. Ik wou wat doen, mijn vader helpen, mijn moeder. Ik wou ... Maar het ging niet. "Sta op, sta op" zei ik in gedachten. Om een of andere reden wou mijn lichaam niet doen wat ik zei. Ik deed mijn nachtlampje uit en de kamer werd pikdonker.
Ik hoorde gefluister en voetstappen op de trap. "Dadelijk komt iemand naar mijn kamer, en wat er ook met mijn ouders gebeurd is, gebeurt dadelijk ook met mij.''
Vervolgens hoorde ik weer voetstappen op de andere trap. Ze gingen naar onderen. Blijkbaar hadden ze mij niet gehoord. Toen een klap, en de voordeur viel dicht. Ik wou gelijk opstaan om te kijken hoe het met mijn ouders ging, maar bedacht dat het slimmer was om nog een paar minuten te wachten. Ik wachtte, en wachtte.
Een auto scheurde weg.
Ik kwam langzaam overeind, en zo snel als ik kon rende ik de trap op naar de slaapkamer van mijn ouders. Wat ik daar aantrof is niet te omschrijven. Er was overal bloed. Op een van de vier muren, die mijn vader vorige week wit geverfd had, stond een tekst. Ik keek om me heen en zag 2 lichamen, mijn vader en moeder. Ik liep naar het bed, draaide het eerste lichaam om. Het was mijn moeder, haar make-up was uitgelopen en haar mooie blonde haar zat ook onder het bloed. Ik schudde haar door elkaar, niets. Ik hoorde gekreun en keek om me heen. Het was mijn vader. "Pap, pap. Wat is er gebeurd?"